Vakantie: regels en richtlijnen
Werknemers hebben recht op vakantie, te weten 4x het aantal uren dat ze per week werken. Tijdens deze vakantie-uren hebben medewerkers recht op doorbetaling van hun standaard loon.
Wanneer is vastgelegd in de CAO of arbeidsovereenkomst dat een medewerker recht heeft op meer dagen, dan zijn dat bovenwettelijke vakantiedagen.
Wettelijk gezien vervallen de wettelijke vakantiedagen een half jaar na het kalenderjaar waarin ze zijn opgebouwd en bovenwettelijke vakantiedagen blijven 5 jaar geldig na het kalenderjaar waarin ze zijn opgebouwd. Ruimere vervaltermijnen kunnen overeengekomen worden bij CAO of schriftelijke overeenkomst.
Wanneer een medewerker niet in staat is geweest de wettelijke vakantiedagen op te nemen dan geldt de vervaltermijn van een half jaar niet. De dagen vervallen ook niet wanneer je als werkgever de werknemers niet herhaaldelijk en tijdig informeert over het vervallen van de dagen.
Aanvraag vakantie
Medewerkers dienen hun vakantie officieel aan te vragen. Hiervoor kan je afspraken vastleggen. Als werkgever moet je tijdig op de aanvraag reageren. In principe moet je als werkgever instemmen met de aanvraag, tenzij je schriftelijk bezwaar maakt met daarbij een gegronde reden.
Uitbetaling vakantiedagen
Wettelijke vakantiedagen verkopen mag alleen bij ontslag of einde dienstverband. Bovenwettelijke dagen mogen wel tussentijds worden uitbetaald of worden uitgeruild wanneer dat is vastgelegd in de CAO of de arbeidsovereenkomst.
Ziek?
Bij ziekte worden altijd de wettelijke vakantiedagen opgebouwd, bovenwettelijke vakantiedagen niet altijd, zie eventuele CAO of arbeidsovereenkomst.
Ook al ben je ziek, dan kan je soms toch op vakantie. Slechts wanneer het zijn herstel niet ten goede komt mag het worden afgewezen.
Een reeds zieke medewerker heeft tijdens vakantie recht op 100% loon.
Een medewerker die ziek wordt tijdens vakantie behoudt de vakantiedagen waarop hij ziek was. Hij moet zich dan wel ziekmelden en zich houden aan de verzuimregels.
